Nabestaanden moeten voortaan wellicht meer betalen voor een crematie - Comopolis

Nabestaanden moeten voortaan wellicht meer betalen voor een crematie

Naast de kosten komt er nog heel wat meer bij kijken wanneer een mens tot stof wederkeert, legt een crematoriumverantwoordelijke voor de stad Hasselt uit. “Het is een heel technisch proces, maar bandwerk wordt het nooit.” 

Ook nadat een arts het overlijden heeft vastgesteld, moet vóór elke crematie nog een tweede dokter het lichaam onderzoeken, om na te gaan of het om een verdachte dood gaat. Tot vandaag wordt die tweede arts betaald door de gemeentebesturen, telkens goed voor zo’n 75 euro, maar de Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) laat weten dat zij de factuur willen doorschuiven naar de nabestaanden. “We staan achter die extra lijkschouwing zoals in het decreet op lijkbezorging staat, maar we vinden niet dat de gemeenten dit moeten betalen”, zegt woordvoerster Nathalie Debast. 

“Dit is vijftien jaar geleden zo beslist, maar toen waren er nauwelijks crematies. Nu kost deze regel de gemeenten meer dan 4 miljoen euro per jaar. Er is geen enkele logische reden waarom wij daarvoor moeten opdraaien.”

Papierwinkel

Een crematie brengt niet alleen kosten, maar ook een hele papierwinkel met zich mee. Niels Ector, dagelijks crematoriumverantwoordelijke voor de stad Hasselt, legt uit: “Wij hebben een zogenaamd ‘verlof tot cremeren’ nodig. Dat is een document waarop de burgerlijke stand van de gemeente waar iemand is overleden toestemming geeft om over te gaan tot een crematie. Daarop staan de naam van de overledene, zijn geboortedatum, de sterfdatum en de plaats van het overlijden. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt dat document pas op na goedkeuring van nabestaanden en het controleren van een wilsbeschikking, zet er een handtekening onder en een stempel van de gemeente. Als één formaliteit ontbreekt, doen we niets. Daarnaast is er een document nodig van een arts die na de eerste lijkschouwing van een collega heeft vastgesteld dat het niet om een verdacht overlijden gaat. Meestal gebeurt dat bij de begrafenisondernemer.”

“Elke overledene geven wij een identificatiesteentje, dat wij op onze planning koppelen aan zijn of haar naam. Zo kan er nooit een vergissing ontstaan. Dat is een vuurvaste steen die op de kist komt te liggen. We zijn in ons crematorium begin jaren negentig ooit begonnen met nummer 1 en nu zitten we aan nummer 91.390.”

90 minuten

“Wij hebben vier ovens en doen hoogstens 24 crematies per dag, die gemiddeld 90 minuten in beslag nemen. Drie operatoren bedienen de ovens, die aan de binnenzijde 2,20 meter lang zijn en 1,10 meter breed. We leggen de kist op een invoertafel en na een druk op de knop gaat de deur van de oven open en schuift de kist er automatisch in. Dat hele proces duurt nauwelijks zes seconden. De operatoren voelen de hitte, maar gevaarlijk is dat niet.”

“Het staat in de wet dat nabestaanden de verbranding mogen bijwonen, maar niet zoveel mensen hebben daar behoefte aan. Ze mogen wel enkel zien hoe de kist in de oven gaat. Onze operatoren volgen het automatische brandproces aan de achterzijde van de oven met een kijkglas van vijf centimeter diameter. De temperatuur van de gasoven bedraagt bij aanvang zo’n 650 tot 700 graden Celsius. Als het hout ontvlamt, stijgt de temperatuur door de warmteontwikkeling tot 1.100 graden. Wanneer na zo’n drie kwartier het hout is verbrand - bij eik duurt dat al wat langer dan bij vezelplaten - zakt de temperatuur weer.”

Juwelen of tattoo

“Als onze operatoren de crematie in de gaten houden dan zien ze assen, het crematiesteentje, maar ook beenderen. Die blijven grotendeels wit van kleur, terwijl het hout zwart verast. Voorwerpen die niet verbranden, zoals tandprotheses en kunstheupen, houden wij na de crematie aan de kant en worden opgehaald door een gespecialiseerde firma om te recycleren. De restanten halen wij na de verbranding met een schraapstok uit de oven. Dat zijn botten die door de verbranding heel poreus zijn. Ze wegen nog zo’n drie tot vier kilogram: ongeveer net zoveel als we wegen wanneer we tot leven komen.”

“De overblijfselen malen we zo’n vijf minuten in een asmolen. Ze krijgen door het malen een fijne structuur en vormen dan de assen die we in een strooi-urne meegeven en waarmee we kleine as-recipiëntjes vullen: nabestaanden houden ze bij of laten er bijvoorbeeld juwelen of een tattoo van maken. Een crematie is een heel technisch proces, maar het gebeurt wel steeds heel sereen. Bandwerk wordt zoiets nooit.”